Tekst & Verbeelding

Over kunst, cultuur en natuur

Arena  

Een oproep en een oorvijg


Tuin 

Ooit kochten we een groot huis met een grote tuin. Die tuin is eigenlijk een soort park, waar de vorige bewoner een Franse stijltuin van heeft proberen te maken. Met een hoger gelegen terras achter het huis van waaruit je over dit landschap uit kunt kijken. Achterin een grote vijver en nog verder naar achter een bosje, waar de natuur haar gang kan gaan. 

Nu droomde ik, opgegroeid in een flat en een drie-onder-een-kapwoning, al lang van een woning waar je om heen kon lopen. Die droom werd met deze koop werkelijkheid. Naar de vijver achterin de tuin lopen, je omdraaien, naar je huis kijken en dan denken: "Dat is van mij.", geeft een geweldig gevoel. Ik geef dat eerlijk toe. Niets menselijks is mij vreemd. 

Dat gevoel van euforie, want dat is het eigenlijk, wordt echter snel gerelativeerd. Want binnen de kortste keren heb je mensen op de stoep staan met allerhande adviezen waar zij geld aan kunnen verdienen. De tuin moet winterklaar worden gemaakt. Het gras moet twee keer per jaar worden geverticuteerd en drie keer bemest. Het groen moet van de tegels gespoten, de monumentale kastanjebomen, waarvan je het hele jaar plezier hebt (nu regent het bloemetjes), moeten jaarlijks worden gesnoeid  en ... de grond moet zwart zijn. 

Die uitdrukking kenden we nog niet. 

Het betekent dat er geen ondergroeisel en ander ongerief onder de struiken en bomen aanwezig is. Elke week wieden dus, waarmee de tuin een goudmijntje wordt. Voor de adviseur annex tuinman dan. Niet voor ons natuurlijk. 

Bij ons gaf dit alles op een gegeven moment een gevoel van lichte paniek. Hoe dat allemaal te managen en moeten we dit überhaupt wel willen? 

Enkele jaren en duizenden euro's later keken we elkaar op een avond aan en aan en zeiden we: “Weg met de tuinman”. We laten de boel de boel. Dan maar onkruid en een kale boom en uitkijken dat je met een storm geen tak op je kop krijgt - het leven is nu eenmaal vol risico's. Dan maar mos in het gras. Wat kan ons het schelen. En wat was het gevolg? Bloemen bloeiden als nooit tevoren en de vogels, ja, de vogels kwamen terug. 

Je zou kunnen zeggen dat we gaandeweg - inmiddels 20 jaar later - een modus hebben gevonden voor het omgaan met die niet te begrijpen natuur om ons heen. Wanneer het te gek wordt duwen we er wat tegenaan en dan mag de natuur weer terugveren. Uiteindelijk trekt die natuur natuurlijk aan het langste eind, want die gaat al veel langer mee dan wij als mensen en zal er nog steeds zijn wanneer de mens allang vertrokken is. Want wie dan leeft, wie dan zorgt. En dat is wanneer het antropoceen, de actuele fase in de geschiedenis van de aarde waarin mensen voorkomen en waar de landschapscyclus van Stichting Fotografie Noorderlicht over gaat, is afgesloten. 

Petrarca 

Dezelfde lichte paniek die ons in het begin van ons tuinavontuur bekroop, ontstond wellicht bij de middeleeuwse dichter Petrarca, die de Mont Ventoux opklom en het landschap als fenomeen ontdekte. Althans, dat zeggen de geschriften. Hij wordt, behalve als grondlegger van het humanisme ook gezien als de ontdekker van het landschap. Maar wat vaak aan de aandacht ontsnapt is dat het verhaal van de beklimming verder ging. Dat staat beschreven in het boekje Filosofie van het landschap, dat Ton Lemaire in de zeventiger jaren van de vorige eeuw schreef en dat wat mij betreft nog steeds lezenswaardig is. Het is hier te downloaden als pdf en bevat zijn aanvullende commentaar van 25 jaar later.   

Eigenlijk was Petrarca's conclusie dat de mens die veelheid en weidsheid niet aan kan. Dat moet aan Onze Lieve Heer worden overgelaten. Daarom daalde hij gedwee af van de berg om zich zijn verdere leven aan God te wijden.   

Bescheidenheid, macht en rentmeesterschap 

Ergens staat die houding voor mij ook voor bescheidenheid, die in het gedrag van de hedendaagse mens ten aanzien van zijn omgeving mist. Sinds de middeleeuwen is er immers nogal wat veranderd in het denken van de mens over de natuur en het landschap. De mainstreamgedachte is nu dat de mens zijn omgeving beheerst en er volledig controle over heeft. De mens heeft ogenschijnlijk de macht. De natuur is immers voor een groot deel een nauwelijks begrepen fenomeen, dat op een of andere manier altijd het laatste woord heeft.

Sommige biologen zien de mens als meest succesvolle diersoort die in de evolutie tot nu toe is voorgekomen. Wanneer daarmee op het vermogen tot redeneren en creëren wordt gedoeld, dan klopt dat wel. Anderen beweren dat dolfijnen slimmer zijn dan mensen. Zo schijnen ze op een zeer vernuftige manier met elkaar te communiceren. Maar ik heb nog nooit een dolfijn in een auto zien rijden en al helemaal geen technische uitvinding zien doen. Laten we ervan uitgaan dat die biologen gelijk hebben. Dan geeft die positie de mens echter wel een grote verantwoordelijkheid mee, die op zijn zachtst gezegd niet altijd wordt genomen.
In religieuze kringen heet die leidende rol van de mens in de

Uit de serie 'Ether' van Matthieu Gafsou

natuur rentmeesterschap. God heeft de mens de taak gegeven voor de natuur te zorgen. Rentmeesterschap, of je het aankunt of niet, gaat uit van het goede in de mens. Daar heb ik mijn twijfels over. Macht corrumpeert immers. Je kunt bovendien niet permanent de leiding hebben en al helemaal niet wanneer je jezelf ver verheven boven de rest beschouwt. Op een gegeven moment loopt de boel uit de hand en gaat de machthebber zich als potentaat gedragen. Het eigenbelang, het eigen gewin, komt bovenaan te staan, terwijl het belang van en ook de liefde voor de onderneming, in de context van dit verhaal de aarde met al zijn ingewikkelde processen, op de achtergrond komt. Ik hoef u geen voorbeelden te geven. Voorbeelden zijn er immers te over. De mens is in werkelijkheid, net als de Chief Executive Officer van een bedrijf, een onderdeel van een groter geheel en kan zich daar niet los van zien.

Zo heb ik de lijnen in de foto’s van Matthieu Gafsou overigens óók geïnterpreteerd: alles is met elkaar verbonden.

Milliseconde 

Geoloog Sol Kronenberg heeft het in zijn boek ‘de menselijke maat’ over de minieme rol die de mens speelt in het bestaan van de aarde. Hij heeft gelijk. Op de tijdklok van onze planeet bestaat de mensheid immers sinds een milliseconde. Maar hij bagatelliseert daarmee ook. Want voor ons is die milliseconde een eeuwigheid.  Die eeuwigheid kan door ondoordachte acties in onze omgeving danig worden verpest.

Natuurlijk is de mens in staat tot inspirerende creaties, die ook in het cultuurlandschap zichtbaar zijn. Ze zijn het gevolg van een subtiel samenspel met de natuur of gebruik daarvan. En dat op alle mogelijke manieren. Daarmee zijn de verhalen van vroeger zichtbaar en kunnen creaties van nu onderdeel worden van een prachtig toekomstig cultuurlandschap, als er tenminste geen dijkverzwaring of rechtgetrokken kanaal of in sommige gevallen natuurbouw overheen is gegaan.

Dit leesbare landschap verdient bescherming en zal, zo mag ik hopen, in het  vervolg van deze cyclus van Noorderlicht aan de orde komen. Niet het 'Reading the landscape' van Otto Olaf Becker, zoals dat in deze apocalyptische eerste aflevering zichtbaar is, maar het leesbare landschap, waarvoor Willem van Toorn in zijn gelijknamige boekje een pleidooi houdt.

Uit de serie 'Reading the landscape' van Olaf Otto Becker

Oproep en een oorvijg

Deze manifestatie is een oproep aan hen die het samenspel met de natuur hebben begrepen zich te melden. Het is een samenspel dat zich niet in rationele taal laat verklaren. Je moet er gevoel voor hebben. Misschien is het ook wel de houding die je krijgt na jaren ploeteren in een grote tuin. Misschien ook wel de bescheidenheid van Petrarca, die hoofdschuddend van de berg afdaalde. 

Met de mens als een bescheiden kracht, in plaats van een op macht beluste potentaat, krijgen we een landschap dat bijzonder is. Waar je trots op kunt zijn.

Zo ver zijn we nog niet. Getuige ook de reacties die je vaak krijgt op een gepassioneerd en emotioneel betoog in deze: “Het zit nu eenmaal in de menselijke natuur!”, “De economie moet draaien.” En niet te vergeten het neerbuigende: “Wees toch realistisch!” 

Wat mij betreft tonen die reacties een 'laissez-faire'-houding, een knieval, een soort opgeven. Noorderlicht geeft met Arena iedereen die deze houding aanneemt een stevige oorvijg. 

Daarmee is Noorderlicht authentiek. Tegendraads. Tegen de mainstream in. De Stichting Fotografie Noorderlicht moet daarom gekoesterd worden.

23 mei 2016