Tekst & Verbeelding

Over kunst, cultuur en natuur

Het experiment

Voedsel voor de 'mainstream'

Rotterdam, juni 2016

Onderbuikgevoel

Soms lijkt het erop dat mensen van kunst- en cultuurinstellingen verwachten dat ze alleen voor een breed en groot publiek programmeren. Althans: je mag als museum bijvoorbeeld wel aan innovatieve experimenten doen, maar dan niet met geld van de gemeenschap. 

De redenering is op zichzelf logisch, maar hij vertegenwoordigt ook een rancuneus onderbuikgevoel dat sinds de buitenproportionele bezuinigingen op de kunst- en cultuurwereld (2011) meer dan daarvoor de publieke opinie beïnvloedt. Gelukkig is er inmiddels een veranderd rijksbeleid, maar het ’naijleffect’ van deze bezuinigingen duurt voort en de 200 miljoen die indertijd is weggehaald uit de sector is niet opnieuw geïnvesteerd. Iedereen begrijpt, niet in de laatste plaats de kunst- en cultuurwereld zelf, dat je niet voor de kat zijn viool tentoonstellingen, concerten en theaterstukken moet opvoeren. Ook raakt het een dilemma dat aandacht behoeft. 

Experimenten

Het zijn juist de experimenten, die de grenzen van het algemeen geaccepteerde verkennen. Ze zijn de voedingsbodem van de ontwikkeling van de ‘mainstream’. Met die mainstream is niets mis, maar hij moet wel aan de gang worden gehouden, want anders droogt hij op. Laat ik hier Joop van den Ende, de `mainstream`-producent bij uitstek opvoeren, die zich indertijd boos maakte over de bezuinigingen precies om die reden.

Zonder deze kwetsbare humuslaag onder ons culturele bestel is er geen hoogwaardige uitvoering en ontwikkeling van populaire muziekcomposities mogelijk, zonder experimentele kunst geen ontwikkeling van de hedendaagse kunst in het algemeen. Zonder prikkelende combinaties en presentaties van erfgoed en kunst staan onze cultuurhistorische musea stil. Kortom: de ‘avantgarde’ is van essentieel belang voor de ontwikkeling van de kunst en cultuur.

Drempel

Tot slot nog een veelgehoorde opmerking: de drempel van kunst- en cultuurinstellingen is te hoog voor de gewone mens. Dat is een misvatting. Bovendien geloof ik niet in het bestaan van gewone mensen, maar dat terzijde. Veel belangrijker is het besef dat je pas kunt weten wanneer een drempel laag is als je eerst een hoge hebt opgeworpen. Het gaat hier om een permanente zoektocht waarvoor het experiment van wezenlijk belang is. 

3 juli 2016