Tekst & Verbeelding

Over kunst, cultuur en natuur

Musea, piepers en patat

De belastingbetaler en de kunsten

The mountain(3)

Mijn buurman is een gekwalificeerde aardappelteler. Een aardige man, die vriendelijk klaarstaat met een accu als mijn auto niet start. En de buitenkant van onze heg naast het laantje waar hij recht van overpad heeft, snoeit hij altijd ongevraagd. Hoewel onze werkzaamheden meer verschillen dan je voor mogelijk kunt houden, is er altijd een goed gesprek wanneer we zo nu en dan bij elkaar zijn. Beter een goede buur dan een verre vriend, zeggen ze. Daar zit zeker wat in. 

Ik voer de buurman hier op, omdat hij net als ik een belastingbetaler is. Met onze belastingcenten worden onder andere musea gefinancierd. Musea moeten vandaag de dag vooral heel veel bezoekers trekken. Er was in de buurt een klein museum, dat dichtging vanwege bezuinigen op kunst en cultuur. Men vond dat het onvoldoende bezoekers trok, nadat men een fusieplan van het museum met een paar kleine andere musea zonder duidelijke reden had afgeschoten. Men deed er mooie experimenten op het raakvlak van natuur en kunst en haalde daarmee vaak de pers. Het museum trok met een zeer bescheiden budget een bescheiden aantal bezoekers. 

De politiek zag tenslotte echter meer in een educatief centrum, dus werd het museum daarin veranderd, waarna het in de vergetelheid verdween. 

De reactie van mijn buurman op dit voorval was simpel, maar duidelijk. “Tja, zo’ n museum kan niet uit, dus is het logisch dat het wordt gesloten.”  
Hij keek mij verbaasd aan toen ik hem voorhield dat zijn bedrijfstak veel meer subsidie krijgt dan dan de musea. De landbouw in Europa wordt immers jaarlijks door een uit de kluiten gewassen ondersteuningsysteem overeind gehouden, waarin 100-en miljoenen euro's belastinggeld verdwijnen.  
Instellingen die met belastinggeld worden gefinancierd hebben een speciale verantwoordelijkheid, maar dat lijkt vooral voor de kunsten, waaronder musea, te gelden. Die moeten zich steeds weer opnieuw via een ingewikkeld systeem van rapportages en controles verantwoorden.
Het probleem is dat het museumproduct in toenemende mate wordt gezien als een doorsnee marktproduct, dat alleen bestaansrecht heeft als het verkocht wordt voor geld. Dat de opbrengst vooral zit in bezinning, educatie, verbinding en zingeving, wordt buiten beschouwing gelaten. En dat is nu precies de meerwaarde van een museum boven een aardappelveld, dat uitsluitend piepers voor patat levert. Niks ten nadele van patat, al zou ik er niet teveel van eten, maar het museumproduct is niet vergelijkbaar met een gewoon marktproduct en al helemaal niet met patat.

Juli 2017