Tekst & Verbeelding

Over kunst, cultuur en natuur

The Glasgow Boys

Over de grenzen heen


Museumbezoek is meer dan het kijken naar kunst en erfgoed alleen. Het brengt de bezoeker eveneens in een gemoedstoestand waarin hij vrij kan gaan associëren. Met andere woorden: er ontstaan gedachten, die worden opgeroepen door wat er is te zien. Dat is het mooie van museumbezoek. Voorwaarde is wel dat het er niet stampvol met andere bezoekers is. Dat is weliswaar leuk voor de inkomsten - een lange rij voor de kassa maakt elke museumdirecteur gelukkig -, maar het heeft ook zijn keerzijde. Herinnert u zich de klachten nog van het publiek bij het kijken naar de ‘Late Rembrandt’ tentoonstelling in het Rijksmuseum? In een met mensen volgepropte museumzaal kun je het tentoongestelde niet in rust bekijken en komen de 
gedachten niet op gang.

De aanleiding voor wat ik nu opschrijf ligt in mijn aanwezigheid bij de opening in het Drents museum van de tentoonstelling ‘The Glasgow Boys, op 20 september jl. Het was er aangenaam druk, gelukkig, maar je kon de tentoonstelling in alle rust bekijken. 

'The Glasgow boys' is een degelijke en goede tentoonstelling. Het is een klassieke museale opstelling en daar is niks mis mee. Simpelweg het resultaat van een volwaardige studie naar deze Schotse pioniers in de schilderkunst (1880-1900), die als een van de eersten het gewone leven in beeld brachten. Zeer de moeite waard om te bezoeken. Het kan nog tot en met 7 februari van het nieuwe jaar.

Met andere ogen

Kijkend naar het schilderij ‘The old Orchard’ van Edward Atkinson Hornel (1884-1933) vielen mij de sprankelende kleuren op. Het was net alsof dit schilderij wat extra ‘lumen’ had gekregen. Dat was echter niet zo. Het feit dat dit schilderij zo straalde was het gevolg van het materiaal en de techniek die Hornel heeft gebruikt bij het maken van dit werk. Hij verbleef met collega ‘Glasgow boy’ George Henry in 1893 en 1894 in Japan, waar ze onder de indruk raakten van de Japanse prentkunst en veel leerden over decoratieve technieken. Materiaal en techniek dus. Maar die waren niet de enige oorzaak. In de begeleidende tekst stond het volgende:

“Wanneer ze terugkomen (uit Japan - kvdm) bezien ze de wereld met andere ogen." 

Dat maakte het schilderij dus ook wat het is. 

Buiten de gebaande paden treden en de andere kant van de heuvel willen ontdekken is de basis voor ontwikkeling en verbetering. Letterlijk en figuurlijk. Ik ben zo vrij geweest het schilderij in mijn virtueel ietwat aangepaste studeerkamer een plekje te geven. Zo heb ik ook uitzicht op een van meest belangrijke richtlijnen voor leven en werken: kijk buiten de gegeven grenzen. Want voortdurend er binnen blijven heeft de wereld nog nooit een stap vooruit gebracht. Ook niet voor wat de kunst en de cultuur betreft.

De regio

De Raad voor Cultuur heeft in haar laatste cultuurnota (Agenda cultuur, 2017 en verder) terecht de nadruk gelegd op regionale samenwerking en versterking buiten de Randstad. Een citaat uit de inleiding:

“De raad wil stedelijke regio’s meer centraal zetten in het cultuurbeleid. Het zijn de natuurlijke brandpunten in het culturele aanbod. Stedelijke regio’s kunnen rekening houden met de eigen identiteit en inspelen op de behoeften van hun inwoners. (…) Meer maatwerk wordt daardoor mogelijk, meer onderscheid ook”.

In de manier waarop dit regionaal zal worden vertaald schuilt echter een risico. Actieve regionale cultuurorganisaties (en bestuurders) zullen dit soms aangrijpen om de inhoud van wat regionaal wordt ontwikkeld ook regionaal te houden. Het zwaard van Grutte Pier als uitgangspunt in Friesland, de hunebedden als fundament van het cultuurprogramma in Drenthe en de midwinterhoornblazers als cultuurkader in Overijssel. 
Met deze onderwerpen is niks mis. Ze worden actief ingezet om een regio te promoten en dat is logisch. Het is echter belangrijk dat voor de bovenregionale aantrekkingskracht van een cultuurprogramma, die vooral voor middelgrote musea essentieel is, de verbinding wordt gelegd met het mondiale en universele. Dan stijgen onderwerpen boven zichzelf uit en krijgen ze meerwaarde. 
De eerder genoemde richtlijn, letterlijk en figuurlijk over de grens kijken, vraagt hier om toepassing.

De wensen van de inwoners 

Dan nog iets over de wensen van de eigen inwoners. Moeten die sturend zijn voor het programma? Jazeker, maar niet bepalend voor de inhoud. Men wil trots zijn op de plek waar men woont. De meeste inwoners vinden het daarom belangrijk dat er een aantrekkelijk en opvallend programma wordt aangeboden dat de regio status geeft en aantrekkelijk maakt en bovendien de regionale economie ondersteunt. Het is net als met het voetballertje in de straat dat uitgroeit tot een sterspeler van een elftal in de wereldtop. Wanneer die voor een bezoek in zijn buurt terugkeert staat iedereen te juichen en is trots.

Zo hadden de 'Glasgow boys' waarschijnlijk niet in het Drents museum gehangen wanneer zij niet buiten de grenzen van het gangbare en letterlijk buiten die van hun eigen land hadden gekeken. 

Dat geldt tenslotte ook voor het Drents museum dat door zijn internationale focus een van de sterspelers is in Nederland Museumland. 

(7 december 2015)